Rijn

Het Middenrijndal * Unesco Werelderfgoed

"Hij breekt er doorheen en de rotsen wijken voor hem en kijken met verbazing en verwondering op hem neer", schreef Heinrich von Kleist over zijn reis langs de Rijn in 1803 over de 1320 km lange stroom, die het leisteengebergte tussen Bingen en Koblenz doorsnijdt.

In 2002 heeft de Unesco het dal van de Middenrijn als Werelderfgoed erkend. Het verlenen van dit predikaat geeft niet alleen de vaste verplichting tot conserveren, maar ook tot duurzame ontwikkeling van het betreffende gebied. De erfenis die vorige generaties voor ons hebben achtergelaten: voor de wijn vruchtbare, zonnige hellingen, een krachtige stroom en een cultuurlandschap, dat zo veelzijdig is dat het een belevenis wordt voor een ieder die er niet alleen vanuit het raam van de passerende treinen en rondvaartboten naar kijkt.

Iets bijzonders zijn de 21 burchten en ruïnes tussen Koblenz en Bingen. In de hele wereld is er geen grotere concentratie te vinden. Slechts twee burchten zijn intact gebleven: het complex Pfalzgrafenstein bij Kaub in het midden van de Rijn en de Marksburg bij Braubach. Maar juist de ruïnes waren de basis voor de Rijnromantiek.

De wijn werd door de Romeinen in het gebied geïntroduceerd. Op de voor het dal zo kenmerkende terrassen plukken de wijnboeren wijnsoorten, zoals Riesling, Silvaner of Grauburgunder, die over de hele wereld grote waardering genieten.

De Engelsen Lord Byron, William Turner en later de Fransen Alexandre Dumas en Victor Hugo raakten zo onder de indruk van de bizarre rotsformaties en rivierlandschappen dat ze hele generaties inspireerden het om gebied van de Middenrijn voor zichzelf te ontdekken. Heinrich Heine, Clemens von Brentano, Heinrich von Kleist en vooral Josef von Eichendorff brachten in de 18de en 19de eeuw een ware golf van Rijnromatiek teweeg. Het lied van de Loreley is tot in het verre Japan bekend en geliefd.